bootje_web

Wat hoor ik, wat voel ik, hoe reageer ik?

Publicatie:
06 juni 2018 - 15:00 uur

Als toezichthouder bewaakt u dat het doel van de organisatie bereikt wordt door de governance tegen het licht te houden, compliant en in control te zijn en vooral zicht te houden op de risico’s. Over het algemeen bent u maar zo’n zes keer per jaar in de organisatie en u moet het dus doen met allerlei documenten en de interactie binnen de rvt-vergaderingen. Wat gebeurt er dan allemaal tussen rvt-leden onderling, in de relatie raad van toezicht/college van bestuur en hoe gaat u daarmee om?

Onlangs poneerde iemand zich in mijn bijzijn met veel aplomb: ‘Toezichthouders bij woningcorporaties zijn toch veel professioneler dan toezichthouders in het onderwijs.’ Natuurlijk kun je dan overgaan tot de orde van de dag en zo’n opmerking negeren of afdoen met ‘Het is maar een mening’, maar welke mogelijkheden hebben we nu tot onze beschikking om hier adequaat op te reageren? Welke interventiemogelijkheden zijn er? En: wat hoor ik nu eigenlijk en hoe speelt de omgeving daarin een rol?

Al ons handelen (en communiceren) heeft te maken met het doel dat je wilt bereiken en de afweging of het de moeite waard is ergens tijd en energie in te stoppen. Ook het schijnbaar onnozele kletspraatje met de buurvrouw dient een doel, namelijk zingeven aan een buitentalige werkelijkheid. Dat kan van alles zijn, in dit geval: ‘Ik besta en jij bestaat’ en ‘We vinden elkaar aardig’.

Ik besta en jij bestaat’ en ‘We vinden elkaar aardig.

Maar laten we eerst eens beginnen met de context van het hier beschreven voorbeeld. We staan beiden in een lege zaal aan het begin van een trainingsdag voor toezichthouders en hebben nog een half uur voordat we met het programma beginnen. So far so good: geen anderen aanwezig, waardoor risico op gezichtsverlies zou kunnen ontstaan. En voldoende tijd. Zijn boodschap heeft een aantal interessante aspecten. Ik maak snel een inschatting door mijzelf af te vragen ‘Wat maakt nu dat deze man dit hier tegen mij zegt?’ Het is geen neutrale boodschap, dus er gebeurt wat in de onderstroom. Dikwijls speelt daar de machtsbalans. Door je bewust te zijn van deze onderstroom kun je beter de-escaleren, of wanneer nodig, juist escaleren.

Als we dieper ingaan op zijn boodschap zien we verschillende aspecten. Probeert de man onze onderlinge relatie te definiëren? ‘Ik kan dat zeggen, want ik weet er meer van dan jij.’ Daarbij komt de machtsbalans om de hoek kijken en kan ik heel gemakkelijk verzeild raken in volgzaam gedrag: ‘Ja, dat ben ik met je eens.’ Of juist in complementair gedrag: ‘Hoe kom je daarbij? Kijk eens naar het onderzoek van X.’ Probeert de man iets over zichzelf uit te drukken? ‘Ik loop al zo lang mee, ik weet waarover ik het heb.’ Ook daar lijkt het te gaan over macht. Kennismacht. Natuurlijk is het ook nog mogelijk dat hij een appèl op mij doet: ‘Bereid je maar vast voor, want deze groep is zeer professioneel’ of ‘Je moet wel heel wat uit de kast halen om deze groep nog iets te leren’. Of, met een negatieve insteek: ‘Ben jij eigenlijk wel capabel genoeg om deze groep nog iets bij te brengen?’ Allemaal aspecten van een schijnbaar onschuldige boodschap. In een split second moet ik op basis van hetgeen ik meen te horen, beslissen hoe ik zal reageren.

En misschien nog interessanter: wat zou mijn primaire reactie zijn wanneer ik er niet over na zou denken maar alleen zou reageren op de onderstroom. Ga ik dan het debat aan? Of daag ik uit: ‘Wordt het dan niet tijd dat jij ze eens les gaat geven?’

Wordt het dan niet tijd dat jij ze eens les gaat geven?

Bijna in alle situaties is het gerechtvaardigd om door te vragen. We denken immers dat we wel weten wat de ander bedoelt, maar bij een tamelijk concreet begrip als een hond hebben we allemaal andere honden in ons hoofd. Dus hoe vergaat het ons dan bij abstracte begrippen als bekostiging en toezichtsfilosofie?
Ik zou dus kunnen vragen: ‘Wat bedoel je met professioneel?’ Of, op metaniveau: ‘Bedoel je dit als vraag of als stelling?’ Veilig is samenvatten wat de ander zegt: ‘Bedoel je dat toezichthouders van woningcorporaties meer in huis hebben?’ Ook kan ik het oppakken als generalisatie: ‘Bedoel je álle toezichthouders van woningcorporaties? En bedoel je dan de toezichthouders of de governance?’ Reframen van de context is een andere mogelijkheid: ‘Wat fijn dat de woningcorporaties dan eindelijk van hun slechte imago afkomen.’ Of kies ik voor een inhoudelijke reactie? ‘Toezichthouders in het onderwijs hebben kennelijk nog heel wat na- en bijscholing nodig.’

Positief heretiketteren is eveneens een mogelijkheid: ‘Ik vind het wel getuigen van echte motivatie wanneer je je desondanks zo wilt inzetten voor het onderwijs.’ Ik kan provoceren (met een twinkle): ‘Ja, de enige die echt overal verstand van heeft, ben jij natuurlijk.’ Of paradoxaal: ‘Pas wanneer je enige kennis van zaken hebt, besef je hoe weinig je weet.’ Of kies ik voor de verbindende vraag? ‘Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de toezichthouders in het onderwijs met toezichthouders bij woningcorporaties hierover met elkaar in gesprek gaan?’ Zo zou ik nog uren kunnen doorgaan met technieken die allemaal net een andere reactie en ander gedrag oproepen. Kort samengevat zou je kunnen zeggen: er is eigenlijk alleen maar feedback. Daarover vertel ik u een andere keer.

Natuurlijk hoeft u niet direct complexe interventiestrategieën toe te passen in een huis-tuin-en-keukensituatie, maar wel als het erop aan komt. Basale vaardigheden als LSD (luisteren, samenvatten, doorvragen) en NIVEA (niet invullen voor een ander) liggen hieraan ten grondslag. En om het allemaal nog ingewikkelder te maken: hoe is mijn tone of voice? Want daarmee kan ik iedere goedbedoelde interventie volkomen op z’n kop zetten.

Van toezichthouders wordt verwacht dat ze alert zijn en professioneel kritisch zonder wantrouwen. Professionele scepsis
wordt op dit moment onderzocht door Kathy Hurtt. Accountants werken er al mee. Reageren met professionele scepsis bestaat uit zes deelcompetenties. Belangrijk is een hoge score op nieuwsgierigheid in de betekenis van leergierigheid, een vragende geest in de betekenis van onderzoeken en zelfbeschikking in de betekenis van standvastigheid (ik bepaal).

Deze drie elementen zeggen iets over hoe u gewend bent informatie te verzamelen om tot een standpunt te komen. Vervolgens is het handig als u dat standpunt met zelfvertrouwen (moed) naar voren kunt brengen, waarbij u zich kunt en wilt verdiepen in de ander (wat maakt dat hij doet wat hij doet) en uiteindelijk tot een weloverwogen eindoordeel komt. Al deze elementen tezamen met uw tone of voice zijn bepalend voor uw professioneel kritische houding.

In de boardroom gaat het erom wat u met uw interventie wilt bereiken. Gaat het om gedragsverandering? Of juist om het bestendigen van gedrag? Of misschien het uitdoven van gedrag? Of gaat het om een kwestie waarin u professioneel kritisch tot aan het gaatje moet gaan? Wanneer ik de situatie met professionele scepsis wilde aanpakken, had ik kunnen vragen: ‘Welk bewijs heb je daarvoor?’ Ik koos voor een afgezwakte vorm (de-escaleren) door simpelweg te vragen: ‘Hoe weet je dat?’ We moesten uiteindelijk nog een hele dag met elkaar optrekken.

Hannah Bovenkerk

Voorzitter Programmaraad VTOI-NVTK

Terug naar de lijst

Onze site maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikservaring. Bekijk onze privacyverklaring.

Sluit melding