e-mens-yepuny1hxoe-unsplash

Prinsjesdag: begroting 2022 biedt niets nieuws

Publicatie:
30 september 2021 - 8:00 uur

De onderwijsbegroting voor 2022, die op Prinsjesdag aan de Staten-Generaal is aangeboden, biedt voor het onderwijs weinig nieuws. Er is wel 500 miljoen euro beschikbaar voor hogere salarissen voor onderwijzers en ander personeel op de basisscholen. Dit om de salariskloof tussen leraren in het basis - en middelbaar onderwijs te dichten. Eigenlijk is daarvoor 900 miljoen euro nodig, het wordt 500 miljoen euro.

In de begroting voor 2022 meldt het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap ‘samen met scholen en universiteiten alles op alles zetten om kinderen en jongeren alle kansen te bieden op een goede toekomst, ondanks corona’. Daar trekt het kabinet geld voor uit. Met het Nationaal Programma Onderwijs, dat samen met het onderwijsveld is opgezet, wil het kabinet de ontstane leervertraging door corona inlopen. Zoals eerder aangekondigd, investeert het kabinet daarom van 2021 tot en met 2023 in totaal 8,5 miljard euro in het onderwijs.

Daarnaast heeft het aanpakken van het lerarentekort prioriteit. Om het lerarentekort tegen te gaan heeft kabinet de afgelopen kabinetsperiode structureel 800 miljoen geïnvesteerd en incidenteel nog eens 360 miljoen in de aanpak van de tekorten. Mede hierdoor is het aantal zij-instromers en onderwijsassistenten fors gestegen. Ook zijn met de grote steden afspraken gemaakt over de aanpak van de tekorten.

De laatste tranche van de werkdrukmiddelen, onderdeel van de 800 miljoen, is in deze begroting aan de OCW-begroting toegevoegd. Daarmee is er oplopend tot 430 miljoen euro per jaar vanaf 2025 om werkdruk in het primair onderwijs terug te dringen. Daarnaast is er 645 miljoen euro structureel extra beschikbaar om in het hoger onderwijs de hogere studentenaantallen te compenseren. Dit moet er voor zorgen dat meer mensen in dienst kunnen komen en de werkdruk afneemt.

Verder krijgt iedereen die dit studiejaar studeert aan dezelfde opleiding als vorig jaar een korting van 50 procent op het college- of lesgeld. Dat geeft studenten financiële ademruimte. Ook is er een tegemoetkoming gekomen voor wie zijn recht op een basisbeurs (mbo) en aanvullende beurs (mbo en hoger onderwijs) dreigt te verliezen. De ov-kaart voor studenten in het hoger onderwijs wordt verlengd met maximaal 12 maanden als blijkt dat studenten meer tijd nodig hebben om hun diploma te halen.

Op verzoek van de Tweede Kamer investeert dit kabinet 60 miljoen euro extra in de lerarenbeurs. Zo kunnen leraren zich verder blijven ontwikkelen, door bijvoorbeeld een bachelor- of masteropleiding te volgen. Dit maakt het vak aantrekkelijker voor zowel huidige als toekomstige leraren.

Vanwege de demissionaire status van het kabinet is de begroting voor onderwijs dit jaar beleidsarm, reageert de PO-Raad. ‘Dat betekent helaas ook dat er op belangrijke onderwerpen als het lerarentekort, onderwijskwaliteit, schoolgebouwen en kansengelijkheid geen belangrijke stappen worden gezet.’ De PO-Raad vindt het daarom ‘van het grootste belang’ dat er snel een nieuw kabinet komt, dat hier samen met de sector werk van gaat maken.

De VO-raad wijst erop dat het Nationaal Programma Onderwijs voor het eerst echt onderdeel is van de rijksbegroting. ‘Ook werd in de troonrede het NPO en de noodzaak om onderwijsachterstanden in te lopen, benoemd. Daarbij werd benadrukt dat de achterstandsmiddelen uit het NPO niet alleen voor leerachterstanden zijn bedoeld, maar ook voor de sociale en emotionele gevolgen van de coronacrisis op leerlingen.’

Terug naar de lijst

Onze site maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikservaring. Bekijk onze privacyverklaring.

Sluit melding