kinder

Kwaliteit van toezicht dient vooral samen opgepakt te worden

Publicatie:
23 februari 2021 - 8:00 uur

Interview met Johan Vriesema, voorzitter van de beroepsvereniging directeuren kinderopvang (bdKO)

Over kwaliteit van toezicht in de kinderopvang


Eind 2020 heeft de kwaliteitscommissie haar eindadvies ‘Goed toezicht: ijken en verrijken’ aangeboden aan de Algemene Ledenvergadering van de VTOI-NVTK. Deze werd in goede handen ontvangen door alle aanwezigen. Maar hoe ervaren bestuurders in de kinderopvang de kwaliteit van het toezicht? En hoe wordt het advies van de kwaliteitscommissie, en in het bijzonder de ‘Code Goed Toezicht 1.0’, ontvangen bij bestuurders in de kinderopvang? Wij vroegen het aan Johan Vriesema, voorzitter van de beroepsvereniging directeuren kinderopvang (bdKO).

“Het vergroten van professionaliteit en daarbij toezien op kwaliteit van toezicht staat uiteraard ook binnen de kinderopvang centraal,” vertelt Vriesema. “Zo is in 2019 de governancecode kinderopvang herzien met als doel nieuwe en moderne richtlijnen te geven voor goed bestuur van kinderopvangorganisaties voor bestuurders en toezichthouders. Echter, om de kwaliteit van toezicht in de kinderopvang voortdurend te verbeteren en te borgen, worden verdere kwaliteitsontwikkelingen altijd toegejuicht,” vervolgt hij.

"Over de hele linie vinden de kinderopvangbestuurders de kwaliteit van hun interne toezicht niet slecht. Maar verbeterpunten zijn er altijd."

Vriesema: “Over de hele linie vinden de kinderopvangbestuurders de kwaliteit van hun interne toezicht niet slecht. Maar verbeterpunten zijn er altijd,” vertelt Vriesema. “Zaken verschuiven ook in de tijd. Zo lag in het interne toezicht vroeger grote nadruk op de financiën van een organisatie, tegenwoordig gaat het ook over pedagogische ontwikkeling, de kwaliteit van kinderopvang, over wel of niet samenwerken met onderwijs en hoe dan.”

Professionalisering van verschillende typen kinderopvangorganisaties
Volgens Vriesema is de kinderopvangsector in drie type organisaties in te delen; grote commerciële kinderopvangorganisaties, middelgrote maatschappelijke kinderopvangorganisaties en een ruim scala aan kleine regionale of zelfs lokale kinderopvangorganisaties. “Het eindadvies, zoals eind vorig jaar gepresenteerd door de kwaliteitscommissie van de VTOI-NVTK, is voor sommige van deze organisaties nét een brug te ver, omdat zij op een ander tempo met professionalisering bezig zijn,” aldus Vriesema.

Samenspel tussen bestuurders en toezichthouders
Eén van de oplossingen om het eindadvies van de kwaliteitscommissie van de VTOI-NVTK voor iedereen, dus voor zowel kleine en grote kinderopvangorganisaties praktisch toepasbaar te maken, is door goed samenspel tussen bestuurders en toezichthouders. “En dat begint al bij de opleiding van bestuurders en toezichthouders,” vertelt Vriesema. Hij ligt toe: “De kwaliteit van de opleidingen is belangrijk. Daarin is het van belang dat zowel toezichthouders als bestuurders – elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheid – kunnen groeien in hun vak. Zo biedt de bdKO in samenwerking met de VTOI-NVTK workshops good governance aan en elke twee jaar een workshop boardroom dynamics. Daar doen zowel toezichthouders als directeuren aan mee en dat is leerzaam voor iedereen.” Hij vervolgt: “Als je het maximale uit dergelijke cursussen wilt halen, moet je samen in gesprek gaan over de interpretatie van de gemeenschappelijke waarden waar je als organisatie en als sector voor staat. ‘Samen doen’, dat wordt in de kinderopvang zeer gewaardeerd.”

Verschillen tussen toezichthouderschap in het onderwijs en de kinderopvang
Daar ligt ook meteen de oplossing om de verschillen tussen toezichthouderschap in het onderwijs en toezichthouderschap in de kinderopvang te overbruggen, vertelt Vriesema. Want ondanks dat het eindadvies van de kwaliteitscommissie van de VTOI-NVTK een grote professionaliseringsslag voor toezicht in het onderwijs en de kinderopvang betekent, is het advies van de kwaliteitscommissie van de VTOI-NVTK volgens hem nog iets te veel geschreven vanuit de optiek van het onderwijs. “Het advies is goed en moet inderdaad zo beschreven worden als het om onderwijs gaat, maar het toezicht houden op een onderneming (wat in de kinderopvangsector vaak het geval is) – en daarmee op een directeur die verantwoordelijk is voor ondernemerschap – is heel wat anders dan toezicht houden op een onderwijsbestuurder,” aldus Vriesema.

"Het ontwikkelen van een code is een significante verbeterslag van toezichthouding in de kinderopvang, maar echt succes behaal je pas wanneer je toezichthouders en bestuurders bij elkaar in het figuurlijke klaslokaal zet."

Volgens Vriesema is er een extra professionaliseringslag te maken door te kijken naar het opleidingsaanbod van de VTOI-NVTK Academie. Via die weg kan er immers blijvend aandacht geschonken worden aan kwaliteitsvol toezicht in een marktomgeving. Vriesema: “Het ontwikkelen van een code is een significante verbeterslag van toezichthouding in de kinderopvang, maar echt succes behaal je pas wanneer je toezichthouders en bestuurders bij elkaar in het figuurlijke klaslokaal zet. Door samen aan de slag te gaan met de beginselen van de code creëer je wederzijds begrip wat bijdraagt aan verdere professionalisering.”

Bestuurders hebben recht op goed toezicht
Het staat buiten kijf dat bestuurders, zowel in de kinderopvang als in het onderwijs, recht hebben op goed toezicht. “Een code als deze draagt daaraan bij”, vindt Vriesema. “Wanneer toezichthouders scherp zijn op kwaliteit van toezicht, tilt dat ook de kwaliteit van het werk van bestuurders naar een hoger niveau. Het prikkelt, daagt uit en houdt elkaar scherp.” “Bestuurders en toezichthouders vervullen beide een maatschappelijke opdracht en door die samen invulling te geven, aan de hand van een aantal vastgestelde beginselen, werk je aan professionalisering,” licht Vriesema tot slot toe.

Over Johan Vriesema
Johan Vriesema is, naast voorzitter van de beroepsvereniging directeuren kinderopvang (bdKO), directeur en bestuurder van FloreoKids (voorheen Stichting Kinderopvang Leiderdorp). Deze organisatie heeft 20 opvanglocaties (kinderdagverblijf, vve-peuterspeelzalen, peuteropvang en bso’s) in Leiderdorp, Leiden, Oegstgeest, Hoogmade en Woubrugge. In zijn functies werkt hij met veel enthousiasme aan heldere strategieontwikkelingen ter verbetering van kwaliteit van kinderopvang.

Terug naar de lijst

Onze site maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikservaring. Bekijk onze privacyverklaring.

Sluit melding