schermafbeelding-2021-09-29-om-11.20.26

Jos van Elderen: 'De fases van een samenwerking zijn vergelijkbaar met de fases in aanloop naar het huwelijk'

Publicatie:
30 september 2021 - 8:00 uur

Terugblik online lunchcollege met Jos van Elderen


Op donderdag 23 september gaf Jos van Elderen, senior onderwijsadviseur bij B&T Onderwijsadvieseurs, een online lunchcollege over samenwerkingsvormen in het onderwijs, de rollen die daarbij komen kijken en in welke fase u - als toezichthouder - extra alert dient te zijn.

Lunchcollege gemist? Kijk het online terug!
Volgens van Elderen zijn de verschillende fases van een samenwerking vergelijkbaar met de fases van het huwelijk. Zo is de oriëntatiefase van een mogelijke samenwerking vergelijkbaar met de fase waarin gedatet wordt. De volgende fase staat in het teken van onderzoek (het samenwonen), waarna u een intentie uitspreekt voor een vervolg (de verloving) en na een tijdje gaat u over tot de formele besluitvorming (de huwelijksvoltrekking). 

Heeft u het online lunchcollege gemist? Bekijk het lunchcollege terug via ons YouTube kanaal.

Slides nalezen? Download ze en deel met uw Raad van Toezicht!
Op veler verzoek delen wij de slides van het online lunchcollege met u. Wij juichen het uiteraard toe als u deze informatie met de leden uit uw Raad van Toezicht deelt. Download de slides onderaan deze pagina.

Lees de veelgestelde vragen en bijbehorende antwoorden
Tijdens het online lunchcollege was er gelegenheid om vragen te stellen via de chat. Hieronder hebben wij een aantal vragen aan Jos van Elderen en bijbehorende antwoorden verzameld. Voor beantwoording van overige vragen verwijzen wij u naar de opname van het lunchcollege op ons YouTube kanaal.

Bij het vormen van een toekomstige RvB moet je als RvT wel heel actief/directief zijn. Zijn er tips over het vervolgens teruggaan naar de gepaste afstand?
Als het gaat om de vorming van een college van bestuur/raad van bestuur in het kader van fusie dan vervult de raad van toezicht de werkgevers- en inrichtersrol. Dat is overigens niet anders dan bij elke vacature binnen het cvb. Bij de uitoefening van deze rol is de raad van toezicht inderdaad actief/uitvoerend. In de rol van toezichthouder is vervolgens weer gepaste afstand aan de orde. Bij verschillende rollen past dus een verschillende mate van nabijheid. Dat vereist rolbewustzijn bij de rvt en uitleg aan de directbetrokkenen (bestuurders, maar vooral directeuren en medezeggenschapsorganen). Vooral dus uitleg over de rolwisseling. Overigens moeten rvt-leden daar zelf soms ook weer even aan wennen; van dicht op de organisatie naar weer terug op gepaste afstand.

Jos geeft in zijn presentatie aan dat het niet van belang is om concrete doelen te stellen. Waarom niet? Want dit is meestal wel de wens zodat er een toetsingskader voor de fusie is.
Ook bij een fusie is het voor een raad van toezicht aan te bevelen tevoren toetsingscriteria voor beoordeling van een fusievoorstel te formuleren. Daarbij gaat het enerzijds om de vraag wat de fusie op moet leveren (zoals: vermijden van concurrentie, bevordering van verlengde leerlijnen, synergie op de niveaus van bestuur, staf en management e.d.). En anderzijds om de vraag wat in voldoende mate behouden moet blijven (zoals: relatieve autonomie op schoolniveau, ruimte voor herkenbare identiteit, ‘platte’ organisatie e.d.). Dergelijke criteria lenen zich echter vaak niet voor formulering in de vorm van specifiek meetbare doelen. Zo is lastig te meten wat het effect van fusie is op de concurrentieverhoudingen of wat de specifieke meerwaarde is van verlengde leerlijnen. Het stellen van doelen is dus wel aan te bevelen, maar concreet en ‘SMART’ lukt bij fusiebesluiten meestal niet.

Wie bepaalt wanneer er doorslaggevende redenen zijn om nauwer samen te werken cq te fuseren? Wat en wie geeft daarbij de doorslag? Wat is de positie van de RvT?
Om een besluit tot fusie (of een andere vorm van nauwe samenwerking) te nemen, is zowel de instemming van het bestuur als van de intern toezichthouder (raad van toezicht) vereist. Juridisch en feitelijk gaat het hier om een besluit waarmee die beide organen moeten instemmen (en daarvoor ook verantwoordelijkheid moeten nemen). En eigenlijk ook nog de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad, hoewel die -in theorie- nog overruled kan worden door een uitspraak van een geschillencommissie. Er is geen sprake van een doorslaggevende stem van óf het bestuur, óf de raad van toezicht. In volgorde zal het bestuur een voorgenomen besluit ter goedkeuring moeten voorleggen aan de raad van toezicht. De raad van toezicht kan het bestuur wel stimuleren (maar niet dwingen) om tot zo’n voorgenomen besluit te komen.

Hoe kan je CAO's van VO en PO in één organisatie hebben en wat is de rol van toezicht hierin?
Deze vraag kan ik niet helemaal eenduidig beantwoorden. In de CAO-po staat (artikel 1.4) “Deze cao is van toepassing op personeel werkzaam in de sector primair onderwijs. (…) In afwijking van het eerste lid geldt dat indien de werkgever naast scholen voor het primair onderwijs tevens scholen voor voorgezet onderwijs in stand houdt, de werkgever de cao voortgezet onderwijs van toepassing kan verklaren op die werknemers die werkzaam zijn bij een gelieerde stichting, stafbureau of centrale dienst van die werkgever en overwegend werkzaamheden verrichten voor de sector voortgezet onderwijs.” (NB: Er staat niet dat dat voor werknemers die overwegend werkzaam zijn in het VO de cao-vo van toepassing kan worden verklaard.) In de cao-vo staat echter (artikel 1.2) “Deze cao is van toepassing op alle werknemers in dienst van de werkgever.” Er is dus enige tegenstrijdigheid. In de praktijk worden wel verschillende cao’s binnen één werkgever gehanteerd. Het mogelijk geruststellende nieuws is, dat toezichthouders hierin mijns inziens geen rol hebben; toepassing van de arbeidsvoorwaarden is typisch bestuurlijke uitvoering die ligt bij het (college van) bestuur.

Terug naar de lijst

Onze site maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikservaring. Bekijk onze privacyverklaring.

Sluit melding