photo-1529672425113-d3035c7f4837

Inspectie versterkt bestuursgericht toezicht

Publicatie:
09 juli 2020

Het onderwijsveld waardeert het vernieuwde toezicht van de Inspectie van het Onderwijs onveranderd positief, maar er is ook onderhoud en verbetering nodig. Dat blijkt uit de Evaluatie Vernieuwd Toezicht, de voortgangsrapportage 2018/2019 van de inspectie. Hoewel het te vroeg is om de effecten van het vernieuwde toezicht vast te stellen, vragen ontwikkelingen in het onderwijs en ervaringen met het toezicht tot nu toe, om aanpassing en versterking van de bestuursgerichte aanpak, met name in de uitvoering. Deze bevindingen worden verwerkt in de werkwijze en het nieuwe onderzoekskader 2021-2024 waarmee de inspectie ná aankomend schooljaar, vanaf augustus 2021, gaat werken.

De meeste scholen en besturen voldoen aan de wettelijke minimumeisen voor kwaliteit en financieel beheer. Het toezicht van de inspectie is echter niet alleen bedoeld om te bewaken dat de onderwijskwaliteit en de financiële continuïteit in het onderwijs op orde is. De inspectie heeft ook als opdracht om te stimuleren dat besturen werken aan een continue kwaliteitsverbetering, zodat leerlingen en studenten het best mogelijke onderwijs krijgen. Die kwaliteitsverbetering blijft nodig. Zo blijkt bijvoorbeeld dat bijna een kwart van de 15-jarigen onvoldoende leesvaardig is (Staat van het Onderwijs 2020).

Onderzoek van de Radboud Universiteit laat zien dat onderwijskwaliteit complex tot stand komt en dat het verschilt tussen besturen en scholen hoe dit gebeurt. Toezicht heeft daar een indirect effect op. Hoewel het nog te vroeg is om het effect van het vernieuwde toezicht vast te stellen, is duidelijk dat de houding van een inspecteur belangrijk is voor de impact van het toezicht.

Een meer open gesprek leidt bij het veld tot meer vertrouwen en dat is belangrijk voor het tot stand komen van een verbetercultuur. Als vooral het streng beoordelen centraal staat, heeft een inspecteur minder impact op de verbetercultuur. Een strenge houding is wel noodzakelijk bij besturen en scholen die niet aan de basiskwaliteit voldoen. Stimuleren boven basiskwaliteit is dan nog niet aan de orde. Dit onderscheid tussen stimuleren en beoordelen wil de inspectie beter verankeren in de aanpak. Uitgangspunten blijven onveranderd: het stimuleren vormt samen met het waarborgen van onderwijskwaliteit de kern van het toezicht, zo meldt de inspectie.

Terug naar de lijst

Onze site maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikservaring. Bekijk onze privacyverklaring.

Sluit melding