javier-trueba-iqpr1xkf5f0-unsplash

Onderwijsinspectie publiceert Staat van het onderwijs 2021

Publicatie:
22 april 2021

Gebruik de coronacrisis om het onderwijs structureel te verbeteren. Daarvoor pleit de onderwijsinspectie in de Staat van het Onderwijs 2021. De inspectie constateert dat de coronacrisis al bestaande problemen zoals kansenongelijkheid en achterblijvende basisvaardigheden heeft vergroot. Er is over de hele linie sprake van minder ‘leergroei’, al zijn hierin wel verschillen tussen (groepen) leerlingen. Ook op het punt van kansengelijkheid is er terrein verloren.

Ook verschillen tussen scholen blijven bestaan, zo is er sprake van een kleine maar hardnekkige groep scholen die langdurig laag presteert. Al voor de coronacrisis nam het gebruik van aanvullend onderwijs toe, vaker onder leerlingen en studenten wier ouders een bovengemiddeld inkomen hebben.

De onderwijsinspectie erkent dat het onderwijs in 2020voor een ongekende opgave kwam te staan. Door de coronapandemie moest het onderwijs noodgedwongen op afstand of in hybride vorm worden gegeven. Bij gedeeltelijk fysiek onderwijs golden veiligheidsmaatregelen die vaak in de praktijk zeer lastig bleken. Alle betrokkenen hebben een forse inspanning geleverd, waardoor veel onderwijs ondanks alles door heeft kunnen gaan. Maar fysiek onderwijs, waarbij leraren en leerlingen elkaar echt zien, is belangrijk voor de ontwikkeling van leerlingen.

De inspectie constateert dat de coronapandemie voor het mbo extra uitdagingen met zich meebrengt. Digitale lessen op afstand sluiten in het algemeen niet goed aan bij de behoefte van mbo-studenten om praktische vaardigheden te leren. Ook helpen ze niet bij de motivatie van docenten voor het beroep en bij de socialiserende functie van het onderwijs. De beperktere mogelijkheden in de beroepspraktijkvorming door de pandemie maken de situatie nog nijpender. Daarbij komen nog de gevolgen voor de afname van de beroepsgerichte examens in de praktijk. Wat de gevolgen zijn voor studenten op de korte en langere termijn, zal later moeten blijken. ‘Al met al kan het haast niet anders dan dat het onderwijs in het mbo heeft moeten inboeten op kwaliteit, ondanks alle inspanningen van besturen en docententeams.’

Terug naar de lijst

Onze site maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikservaring. Bekijk onze privacyverklaring.

Sluit melding