foto-marcel-bos

Code Goed Toezicht 1.0 – Wat heb je eraan?

Publicatie:
17 december 2020

Wat schieten we op met een Code Goed Toezicht? Voor welke pijn is zo’n code een medicijn? En: hoe moet je tegen de code aankijken? Een soort wet of afvinklijst? Gaat het niet veel meer om elkaar te motiveren en te inspireren?

Door: drs. Marcel L. Bos (lid kwaliteitscommissie, directeur ScoliX)

Van Dale noemt een code een verzameling regels waaraan beoefenaars van een beroep zich vrijwillig onderwerpen. In de kwaliteitscommissie hebben we lang getwijfeld of we het begrip ‘code’ wilden introduceren. Het ging ons erom dat we voor het veld van toezichthouders een ‘normatief referentiekader’ wilden formuleren. Vaak voor de hand liggende regels die iedereen al lang toepast, waar iedereen zich al aan houdt… Tja, wat is dat anders dan een code?

Een beroep doen
Wanneer er een landelijke, openbare norm is, ontstaat de mogelijkheid dat toezichthouders, bestuurders en anderen zich daar op kunnen beroepen. Je borgt als het ware de ondergrens van de kwaliteit. Maar er is nog een ander voordeel: ook onderling kunnen toezichthouders zich scherpen aan deze eerste ‘proeve’, het gesprek erover voeren en tot gedeelde interpretaties komen.

Niet voor niks noemen we deze code ‘versie 1.0’, want de kwaliteitscommissie is ervan overtuigd dat toezichthouders (en hun bestuurders) zinvolle spraak en tegenspraak kunnen geven over deze eerste versie. En dat we dan naar ‘versie 2.0’ toegroeien.

Wat is de code niet?
Daarmee is al aangegeven dat de code niet bedoeld is als een wet van Meden en Perzen. De code is veranderbaar, interpretabel en niet onherroepelijk. De code benoemt normen, maar gaat uit van waarden. Tegelijk: de code geldt wél voor de hele ‘beroepsgroep’ voor het gehele onderwijs en kinderopvang. Het is een ‘eerste veldnorm’ die ongetwijfeld nog aan gezag zal moeten winnen.

Ook zou de code niet moeten fungeren als een afvinklijstje, dan schiet de code zijn bedoeling voorbij. Het gaat immers om het borgen van de kwaliteit van toezicht en het op gang brengen van de dialoog over welke principes en good practices toezichthouders met elkaar delen. En dát gesprek motiveert en inspireert. Want het gaat uiteindelijk om de bedoeling: de kwaliteit van onderwijs en kinderopvang.

Trots
Als het veld zelf verantwoordelijkheid neemt voor een ‘eigen’ norm heeft dat minstens drie voordelen. In de eerste plaats kun je er als toezichthouder trots op zijn dat jouw organisatie de code naleeft. Je legt er samen een eer in te voldoen aan hoge standaarden en bewaakt daarmee de eigen kwaliteit. Van zo’n organisatie willen anderen graag deel uitmaken: als medewerker, klant, leerling, ouder, et cetera.

Aanspreekbaar zijn
Ten tweede maakt je organisatie de gevoelde en genomen verantwoordelijkheid zichtbaar. Je bent aantoonbaar aanspreekbaar: onderling, door de bestuurder en door de maatschappij. Zo nemen toezichthouders verantwoordelijkheid voor publiek gefinancierde sectoren. Dan fungeert de code als een maatschappelijk ‘keurmerk’ van kwaliteit.

Ten derde blijkt uit de code dat het veld zelf nu echt de verantwoordelijkheid voor kwaliteit pakt. Regelreflexen van de politiek, na bijvoorbeeld een incident, blijven we voor. Daarmee voorkomen we opgelegde knellende kaders.

Terug naar de lijst

Onze site maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikservaring. Bekijk onze privacyverklaring.

Sluit melding